Impact

We moesten bouwen. Zo probeerden we het goed te doen.

Domaine de Graux is een plek die leeft en voortdurend in ontwikkeling is. De boerderij, het landhuis en de bestaande bijgebouwen: we wilden ze herstellen, aanpassen en een nieuwe bestemming geven. In die context had nieuwbouw op het eerste gezicht haaks kunnen staan op de waarden van ons project.

Maar om onze ambities waar te maken, met ruimte voor evenementen, een museum en educatieve activiteiten, volstond de bestaande oppervlakte niet. We moesten bouwen. Om ruimte te creëren waar ideeën kunnen groeien, meer mensen te bereiken en verandering ook buiten het domein te laten kiemen. Daarom besloten we een schuur van 1.000 m² te bouwen. Een beslissing die, net als al onze andere keuzes, weloverwogen en ambitieus moest zijn.

Een keuze die tegenstrijdig kon lijken met de waarden van ons project. Wij zagen er een kans in om onze creativiteit aan te scherpen. Waar de gerenoveerde gebouwen laten zien wat er mogelijk is met het bestaande, kan deze nieuwe schuur tonen hoe duurzaam bouwen eruit kan zien. Twee verschillende benaderingen, gedragen door één gedeelde visie.

Impact

We moesten bouwen. Zo probeerden we het goed te doen.

Ontdek hoe Domaine de Graux zijn schuur duurzamer bouwde met CLT-hout, materialen met een lagere CO₂-voetafdruk en circulair ontwerp.

Lees het artikel

De bouwsector: de stille CO₂-reus

Wanneer we het over de klimaatimpact van gebouwen hebben, denken we vaak aan verwarmingsketels, radiatoren en elektriciteitsverbruik. Deze zogenaamde operationele uitstoot heeft het debat lange tijd gedomineerd. Maar ze vertelt slechts een deel van het verhaal.

Er is ook een minder zichtbare voetafdruk: de ingebedde CO₂-uitstoot, ook wel embodied carbon genoemd. Het gaat om de uitstoot die ontstaat nog vóór een gebouw in gebruik wordt genomen, bij de winning van grondstoffen, de productie van bouwmaterialen, het transport ervan en de verwerking op de werf.

Nog vóór de sleutels worden overhandigd, is de uitstoot die met de bouw gepaard gaat dus al in de atmosfeer terechtgekomen.

En de druk zal alleen maar toenemen. Volgens prognoses zal het wereldwijde gebouwenbestand tegen 2050 verdubbeld zijn. Als er niets verandert, zal de ingebedde CO₂-uitstoot van nieuwbouw verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van het totale koolstofbudget dat aan de bouwsector wordt toegewezen. De bouwsector koolstofarm maken, betekent dan ook dat we kritisch moeten kijken naar onze materiaalkeuzes en beter moeten begrijpen welke uitstoot ermee gepaard gaat.

Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 39% van de wereldwijde CO₂-uitstoot die verband houdt met energieverbruik. Daarvan is 28% afkomstig van het energieverbruik tijdens de gebruiksfase en 11% van de materialen en de bouw zelf.

World Green Building Council

CLT: een stille revolutie in de bouw

CLT (Cross-Laminated Timber), ook wel kruislaaghout genoemd, berust op een eenvoudig principe: planken van naaldhout worden in verschillende lagen kruislings op elkaar verlijmd, telkens in een hoek van 90 graden. Dat geeft het materiaal een opmerkelijke stevigheid. Volledige wand- en vloerelementen worden met millimeterprecisie in de fabriek vervaardigd en vervolgens naar de werf gebracht, klaar om gemonteerd te worden.

Vandaag kan CLT gewapend beton vervangen in gebouwen met meerdere verdiepingen. Er zijn inmiddels houten gebouwen van wel 18 verdiepingen hoog gerealiseerd. Ook op het vlak van brandveiligheid presteert dit materiaal beter dan je misschien zou verwachten. Massief hout verkoolt aan de buitenkant bij blootstelling aan vuur. Die verkoolde laag vormt een beschermende barrière die de dragende kern langer intact houdt.

CLT biedt daarnaast uitstekende akoestische en thermische eigenschappen en draagt bij aan warme, aangename binnenruimtes. Het materiaal is bovendien bijzonder licht, waardoor de belasting op de funderingen afneemt. Dankzij de prefabricage verloopt ook de montage snel en efficiënt. Volledige wand- en vloerelementen worden kant-en-klaar aangeleverd, waardoor de bouwtijd korter wordt en er minder bouwafval ontstaat.

CLT is geen onbeduidende innovatie, maar een volwaardig, betrouwbaar en performant constructiemateriaal dat klaar is om op grotere schaal door de bouwsector te worden toegepast.

Beton, staal en hout: hoeveel wegen ze door?

Niet alle bouwmaterialen hebben dezelfde klimaatimpact. Om ze met elkaar te vergelijken, gebruiken professionals een gemeenschappelijke meeteenheid: kilogram CO₂-equivalent per kilogram materiaal (kg CO₂e/kg). Daarbij wordt de uitstoot over de volledige productiecyclus in rekening gebracht.

Beton, alomtegenwoordig in de bouw, heeft een voetafdruk van ongeveer 0,13 kg CO₂e/kg. Per kilogram lijkt dat beperkt, maar door de enorme hoeveelheden die worden gebruikt, loopt de totale impact snel op. De productie van beton steunt op cement, waarvoor grondstoffen bij zeer hoge temperaturen worden verhit. Dat proces veroorzaakt aanzienlijke CO₂-uitstoot.

Voor conventioneel geproduceerd constructiestaal bedraagt de uitstoot ongeveer 2,6 kg CO₂e/kg, twintig keer zoveel als bij beton per kilogram. Door gerecycleerd staal te produceren in een vlamboogoven kan dat cijfer dalen tot ongeveer 0,4 kg CO₂e/kg.

Hout, en meer bepaald Europees CLT, komt tijdens de productiefase uit op ongeveer 0,28 tot 0,35 kg CO₂e/kg. Maar hout heeft een eigenschap die beton en staal niet op dezelfde manier bezitten: het slaat koolstof op. Via fotosynthese nemen bomen CO₂ op. Per kubieke meter hout gaat het om ongeveer één ton CO₂ die tijdens de groei van de boom werd vastgelegd. Die zogenaamde biogene koolstof blijft gedurende de volledige levensduur van het gebouw opgeslagen in de houten constructie. (Bron: Arup)

*Deze hoeveelheid vertegenwoordigt de totale koolstofvoorraad die gedurende de volledige levensduur van de boom werd opgebouwd, niet de jaarlijkse opname. Het cijfer kan enigszins variëren naargelang de boomsoort, de houtdichtheid en de bosbouwpraktijken.

“Wanneer je een volwassen boom kapt om er een constructie van te maken, blijft de koolstof die hij heeft opgeslagen nog tientallen jaren in het gebouw vastgelegd. Tegelijk krijgt het bos de kans om zich te vernieuwen, met jonge bomen die opnieuw CO₂ opnemen. Net die cyclus maakt hout zo’n interessant bouwmateriaal.”
Karel Verzelen, ARBONEO

Als we rekening houden met de opgeslagen koolstof, wordt de netto CO₂-voetafdruk van CLT negatief: ongeveer −0,70 tot −0,90 kg CO₂e per kilogram. Gedurende zijn levensduur fungeert het gebouw zo als een koolstofopslag.

Daarbij is een belangrijke nuance op zijn plaats: die koolstof blijft niet voor altijd opgeslagen. Wanneer het hout aan het einde van zijn levenscyclus wordt verbrand of vergaat, komt de opgenomen CO₂ opnieuw vrij. Toch heeft deze tijdelijke opslag reële klimaatwaarde. Elk jaar dat de koolstof uit de atmosfeer blijft, helpt de opwarming van de aarde te beperken.

Het verschil zit in de manier waarop we vanaf het begin rekening houden met circulariteit. ARBONEO werkt vandaag al aan het recupereren van de panelen die het op bouwwerven installeert. Wanneer een gebouw wordt ontmanteld, koopt het bedrijf de panelen terug tegen marktprijs om ze opnieuw in andere projecten te gebruiken. Eerst kunnen ze opnieuw dienstdoen als dragende constructie, daarna als niet-dragende panelen, vervolgens als multiplex of andere afgeleide materialen en uiteindelijk als vezels voor papierproductie of als energiebron.

De Environmental Product Declaration (EPD), of milieuproductverklaring, brengt de milieueffecten van een materiaal gedurende zijn levenscyclus in kaart. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de verschillende mogelijke toepassingen en levensfasen. Een CLT-paneel is dus geen wegwerpmateriaal. Het leent zich van nature tot hergebruik en recyclage, en dat principe kan al vanaf de productie worden meegenomen in het ontwerp.

De cijfers achter The Barn

Cijfers per kilogram materiaal zijn nuttig, maar uiteindelijk telt vooral wat ze betekenen voor een volledig gebouw. Voor de constructie bedraagt de uitstoot bij een houten draagstructuur ongeveer 198 kg CO₂e per vierkante meter vloeroppervlak, tegenover ongeveer 243 kg CO₂e/m² voor een vergelijkbare traditionele constructie in beton en staal. Dat komt neer op een vermindering van 19%. Bovendien kan de houten constructie een deel van haar uitstoot compenseren door koolstof op te slaan in het hout. Bij beton en staal is die mogelijkheid er niet op dezelfde manier. (Bron: Hemmati et al.)

Ook aan het einde van de levenscyclus wordt het verschil zichtbaar. Bij een traditionele constructie gaat de ontmanteling vaak gepaard met sloop, afval en het vrijkomen van de koolstof die tijdens de productie van de materialen werd uitgestoten. Een CLT-constructie die ontworpen is om eenvoudig uit elkaar te halen, maakt hergebruik van de panelen mogelijk. Zo kan de opgeslagen koolstof ook lang na de oorspronkelijke levensduur van het gebouw behouden blijven.

Ook logistiek biedt CLT voordelen. Eén vrachtwagen met een laadvolume van 50 m³ volstaat om voldoende materiaal aan te voeren voor de bouw van ongeveer 150 m² aan CLT-constructie. Doordat de elementen vooraf in de fabriek worden vervaardigd, verloopt de montage op de werf sneller en zijn er minder transportbewegingen, hinder en bouwafval.

Wat de kostprijs betreft, werd houtbouw lange tijd beschouwd als duurder en dus minder aantrekkelijk. Ook vandaag leeft die perceptie nog, maar ze loopt steeds meer achter op de realiteit van de markt. Karel verwoordt het helder:

“Je hoort nog vaak dat hout duurder is. Dat klopt steeds minder. Door de sterke prijsstijgingen van staal en beton in de afgelopen jaren zijn beide sectoren naar een vergelijkbaar prijsniveau geëvolueerd, iets wat tien jaar geleden nog niet het geval was. Vandaag is houtbouw economisch even competitief, en zelfs voordeliger als je ook rekening houdt met de bouwsnelheid, de afwerking en de beperking van bouwafval.”

Het is belangrijk om te benadrukken dat de schuur van het Domaine niet volledig uit hout bestaat. De funderingen en bepaalde dragende elementen op de begane grond zijn uitgevoerd in beton. Dat is vanuit technisch oogpunt moeilijk te vermijden: door de vochtigheid van de bodem en de vereisten op het vlak van stabiliteit is beton voor deze specifieke toepassingen niet eenvoudig te vervangen.

Karel Verzelen erkent dat zonder meer: “Het is niet onze ambitie om koste wat het kost voor hout te kiezen. Het doel is niet om hout overal toe te passen, maar om het te gebruiken waar het zinvol is. Soms is een hybride gebouw gewoon de meest doordachte oplossing.”

Een boom kappen om te bouwen: is dat wel ecologisch?

Het is een terechte vraag die veel mensen zich stellen. En ze verdient een eerlijk antwoord.

Ja, op voorwaarde dat het bos duurzaam wordt beheerd. Een goed beheerd bos is geen bos dat wordt leeggekapt. Er wordt minder hout geoogst dan er aangroeit, verschillende boomsoorten worden met elkaar afgewisseld en gekapte bomen worden vervangen. Binnen dat model betekent een boom kappen voor de bouw dat de opgeslagen koolstof tientallen jaren uit de atmosfeer blijft, terwijl het bos verder groeit en CO₂ blijft opnemen.

Het hout voor de schuur komt uit Oostenrijk en is PEFC-gecertificeerd (Programme for the Endorsement of Forest Certification). Dit label garandeert dat het hout afkomstig is uit een bos dat volgens strenge internationale normen wordt beheerd. Bovendien maakt de certificering het mogelijk om het hout te volgen vanaf het bos tot op de bouwwerf. Dat noemen we de chain of custody, of de gecertificeerde handelsketen.

De certificering beschermt ook de rechten van werknemers in de volledige toeleveringsketen. Zo krijgen we onafhankelijke garanties dat het bos waaruit het hout afkomstig is, ook na onze betrokkenheid blijft bestaan en koolstof blijft opslaan.

Samen bouwen, vanaf het begin

Voor de schuur van het Domaine werd ARBONEO al vanaf de eerste ontwerpfase bij het project betrokken, lang voordat de plannen definitief waren. Dat is anders dan bij de meeste bouwprojecten, waar een onderaannemer doorgaans een dossier ontvangt dat al bijna volledig is uitgewerkt en vervolgens vooral instaat voor de uitvoering.

“Normaal krijg je een dossier dat voor 90% klaar is. Hier waren we er vanaf dag één bij. Dat verandert alles, zowel op het vlak van kosten als voor de architectuur. Je voelt je een echte partner in het project, en niet gewoon iemand die de plannen uitvoert.”

Doordat ARBONEO vanaf het begin betrokken was, kon de constructie tijdens het ontwerpproces voortdurend worden geoptimaliseerd. Overspanningen werden aangepast, technische leidingen werden in de balken geïntegreerd zonder de draagkracht van de constructie aan te tasten en er werd vooruitgedacht over de afwerking.

Zo konden mogelijke problemen al tijdens het ontwerp worden opgelost, in plaats van pas op de werf, waar ze veel moeilijker en duurder te verhelpen zouden zijn.

De trap in de achterste ruimte is misschien wel het mooiste voorbeeld. Hij is volledig opgebouwd uit CLT en combineert een dragende functie met een uitgesproken architecturaal karakter. Het ontwerp kwam tot stand dankzij een nauwe samenwerking tussen de architecten en ARBONEO, al vanaf de eerste ontwerpfase. Zonder die vroege afstemming was dit niet mogelijk geweest. Het is een detail dat je misschien niet meteen opvalt, maar dat laat zien hoeveel mogelijkheden hout biedt wanneer je het van bij het begin doordacht inzet.

Een markt in verandering

Niet alleen de draagstructuur, maar ook alle andere onderdelen van de schuur werden gekozen met het oog op een zo klein mogelijke ingebedde CO₂-voetafdruk. Voor de isolatie werd houtvezel gebruikt. De binnenwanden bestaan uit Fermacell, een lokaal alternatief voor de standaard Gyproc-platen. Ook voor de raam- en deurkaders viel de keuze op hout in plaats van aluminium, zowel om esthetische als om duurzaamheidsredenen.

Toch werd aanvankelijk standaard hout uit Azië voorgesteld. Dat in vraag stellen en niet zomaar de gebruikelijke keuzes volgen, hoort ook bij onze rol als bouwheer. En dat loont: gecertificeerd hout uit Oostenrijk bleek verkrijgbaar tegen dezelfde prijs. Voor de deuren werd uiteindelijk gekozen voor gerecycleerd hout, gemaakt van reststukken. Dat was niet alleen goedkoper dan nieuw hout, maar sloot ook beter aan bij de visie van het project. Voor de gevelbekleding werd eerst Siberisch hout voorgesteld, maar uiteindelijk konden we Europees hout verkrijgen.

Deze voorbeelden tonen hoe vaak in de bouw nog automatisch wordt teruggegrepen naar de vertrouwde werkwijze. Om andere keuzes mogelijk te maken, moet je de voorstellen van de verschillende betrokken partijen voortdurend kritisch bekijken en in vraag stellen. In België in 2026 een gebouw van deze omvang in hout optrekken, betekent nog altijd ingaan tegen diepgewortelde gewoontes. Dat heeft niet zozeer met onwil te maken, maar vooral met de manier waarop de sector werkt en waarin mensen zijn opgeleid. Duurzame materialen maken nog geen vanzelfsprekend deel uit van de gangbare bouwpraktijk. De drempels zijn reëel.

De markt is op dit vlak nog niet volledig matuur. Leveranciers bieden vaak aan wat ze gewend zijn te leveren. Gecertificeerd Europees hout verkrijgen tegen een vergelijkbare prijs is perfect mogelijk, maar dat gebeurt niet vanzelf. Je moet vragen stellen, voorstellen kritisch bekijken en blijven aandringen.

Onze boodschap voor wie een gelijkaardig project wil realiseren, is dan ook eenvoudig: de juiste alternatieven bestaan, maar ze worden niet automatisch voorgesteld. Je moet er zelf naar vragen.

---

Dit artikel maakt deel uit van een reeks over de renovatie en ontwikkeling van Domaine de Graux. In volgende artikels gaan we dieper in op de gemaakte keuzes, de uitdagingen waarmee we werden geconfronteerd, de technische oplossingen die we toepasten en de afwegingen die we daarbij maakten.

Met deze reeks willen we niet alleen transparant delen hoe we te werk gaan, maar ook andere bedrijven, organisaties en particulieren inspireren om duurzamer te bouwen en te renoveren. We zijn ervan overtuigd dat elk bouwproject, naast het realiseren van een gebouw, ook een hefboom voor verandering kan zijn.

nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontdek als eerste het laatste nieuws en aankomende evenementen.

Thank you for subscribing!