Akkerbouw onder druk: erwten en koolzaad op de proef gesteld door een moeilijke zomer
Naast de moestuin en de boomgaard vertellen ook onze akkerbouwgewassen hun eigen verhaal over aanpassing en veerkracht. Deze zomer stonden onze erwten voor een uitdagende oogst, terwijl het koolzaad opnieuw sterk presteerde.
Erwten: een regeneratief gewas dat veel aandacht vraagt
Dit jaar ging Emilien, onze verantwoordelijke voor de akkerbouw, aan de slag met de teelt van het erwtenras Contigo. Door de intense hitte bleef de opbrengst helaas onder de verwachtingen.
Erwten oogsten vraagt om een bijzonder nauwkeurige timing. Met een tenderometer meten we de stevigheid van de erwten om het ideale oogstmoment te bepalen. Dat valt doorgaans tussen 65 en 75 dagen na het zaaien in april, wat neerkomt op een oogst midden juli. Worden de erwten te vroeg geoogst, dan zijn ze nog onvoldoende ontwikkeld. Wachten we te lang, dan worden ze hard.
De hitte halveerde deze zomer de erwtenopbrengst, tot 2,29 ton per hectare. Per plant ging bovendien 25 tot 50% van de bloemen verloren. De hittestress stimuleerde ook het onkruid dat al aanwezig was om te bloeien en zich verder te verspreiden. Erwten bloeien slechts gedurende een periode van ongeveer tien dagen, en net midden in die korte periode kregen onze gewassen met een hittegolf te maken. De warme omstandigheden bevorderden ook de groei van kamille, een bescheiden ogend maar hardnekkig onkruid dat de onkruidbestrijding extra moeilijk maakte.
Erwten telen vraagt ongeveer drie maanden intensieve opvolging. Na het zaaien houden we de duiven en het onkruid in de gaten. Vervolgens bewerken we het veld twee keer met een wiedeg en voeren we een mechanische schoffelbeurt uit.
Ondanks de moeilijke omstandigheden blijven erwten een waardevol gewas in onze teeltrotatie, vooral als voorvrucht voor wintertarwe. Dankzij bacteriën in hun wortels kunnen erwten stikstof uit de lucht vastleggen. Zo laten ze extra stikstof achter in de bodem, waar de daaropvolgende tarwe van profiteert. Die stikstof helpt de tarwe om eiwitrijker graan te vormen, wat uiteindelijk ook de kwaliteit van het meel ten goede komt.
Koolzaad op het domein: een teelt in volle heropleving
Sinds 2018 telen we koolzaad op Domaine de Graux, al waren er enkele onderbrekingen door een moeilijke afzetmarkt en schade door duiven. Dit jaar besloten we de teelt opnieuw op te nemen. De marktomstandigheden zijn gunstiger geworden en koolzaad blijft bovendien een interessante schakel in onze teeltrotatie. Het past goed na haver en gerst, en vóór tarwe of spelt.
Koolzaad heeft een lange groeicyclus. We zaaien het in augustus en oogsten het pas in juli van het daaropvolgende jaar. Daardoor kan het goed gebruikmaken van organisch materiaal dat in de zomer wordt toegediend, zoals gecomposteerde stalmest, drijfmest en digestaat.
De teelt begint midden in de zomer, wanneer de bodem vaak erg droog is. De kleine zaadjes moeten dan toch voldoende vocht vinden om te kunnen kiemen. Aan het einde van de winter hervat de groei en is extra waakzaamheid nodig voor duiven en koolzaadglanskevers. Zodra de bloei in het voorjaar begint, zet het gewas zijn cyclus verder. Maar ook dan liggen er uitdagingen op de loer.
Koolzaadglanskevers worden aangetrokken door de bloemknoppen voordat die opengaan. Ze voeden zich met het stuifmeel in de knoppen en boren er gaatjes in om hun eitjes te leggen. Daardoor kunnen de knoppen afvallen nog voordat de bloei goed en wel begonnen is.
Dit seizoen introduceerden we een nieuwe techniek: we zaaiden met een precisiezaaimachine op rijen met 45 centimeter tussenruimte. Zo konden we het gewas in september twee keer schoffelen. Tegen 2027 willen we overschakelen op een rijafstand van 75 centimeter, zodat we ook in het voorjaar mechanisch kunnen schoffelen.
We delen graag onze uitdagingen, maar ook onze successen. Tussen 2025 en 2026 verdubbelde de koolzaadopbrengst. De nieuwe schoffeltechniek en een bemesting met korrelmeststoffen in het voorjaar droegen daaraan bij.
We oogstten het koolzaad op 8 en 9 juli, vroeger dan gebruikelijk. De verkleuring van de stengels, van groen naar bruin, gaf aan dat de hauwen rijp waren en klaar om geoogst te worden.
Verder bouwen aan veerkracht, ook buiten onze eigen velden
Onze eigen akkers vertellen slechts een deel van het verhaal. Om beter te begrijpen hoe de extreme temperaturen van deze zomer de landbouw in onze regio beïnvloeden, gingen we in gesprek met Blaise Duthoit. Hij is onafhankelijk landbouwkundige, werkt samen met Farm For Good* en maakt deel uit van het onderzoeks- en innovatiecomité van Domaine de Graux.
"Wie vandaag investeert in een gezonde bodem, investeert ook in de klimaatbestendigheid van morgen."
Nu hittegolven steeds vaker deel uitmaken van het groeiseizoen, wilden we weten wat Blaise daarbuiten ziet gebeuren. Worden mislukte oogsten steeds algemener? En zijn landbouwbedrijven die inzetten op regeneratieve landbouw beter bestand tegen extreme weersomstandigheden dan bedrijven die conventionele methoden gebruiken?
Zijn antwoord is voorzichtig geruststellend, al plaatst hij er enkele kanttekeningen bij. Over het algemeen lijken de opbrengsten voorlopig redelijk stabiel te blijven, hoewel er een lichte dalende trend zichtbaar is. De grootste uitdaging zit volgens hem in de toenemende onvoorspelbaarheid van extreme weersomstandigheden. Valt een hittegolf samen met een cruciale fase in de ontwikkeling van een gewas, zoals de kieming of de bloei, dan kan de oogst volledig mislukken.
Niet alleen de hoeveelheid speelt een rol. Soms lijdt vooral de kwaliteit van de oogst onder de weersomstandigheden, waardoor een landbouwer zelfs zijn afzetmarkt kan verliezen.
Een gezonde bodem als natuurlijke buffer
Volgens Blaise is het verschil dat regeneratieve landbouw kan maken duidelijk merkbaar. Hij illustreert dat met een eenvoudig voorbeeld. Probeer na de oogst van een graangewas maar eens een spade in onbedekte grond te steken. Je zou volgens hem eerder het handvat breken dan dat de spade de bodem in gaat.
Op een bodem die bedekt is met vegetatie, zoals grasland, luzerne of een voorjaarsgewas, zorgen de planten voor schaduw. Daardoor warmt de bodem minder snel op en verdampt er minder water.
Ook minder intensieve grondbewerking helpt. Gewasresten die op het bodemoppervlak blijven liggen, beschermen de bovenste bodemlaag. Heggen en houtkanten temperen dan weer de uitdrogende wind.
Een gezonde bodem, die zich doorheen de jaren ontwikkelt dankzij organisch materiaal en biodiversiteit, krijgt zo een groter vermogen om water vast te houden. Je kunt de bodem vergelijken met een spons: tijdens warme, droge periodes houdt hij meer vocht vast, terwijl hij bij hevige regenval water beter kan opnemen en afvoeren.
Investeren in bodemgezondheid is dus niet alleen goed voor de bodem zelf. Het is ook een investering in de weerbaarheid van landbouwbedrijven tegen een veranderend klimaat.
Klimaatbestendig boeren vraagt ook economische veerkracht
Toch vertaalt veerkracht op het veld zich niet automatisch in financiële zekerheid.
We vroegen Blaise ook hoe landbouwers financieel kunnen omgaan met tegenvallende oogsten als gevolg van steeds onvoorspelbaarder weer. Kunnen flexibelere contracten, verschillende afzetkanalen of verzekeringsmechanismen helpen om een deel van dat risico op te vangen?
Voorlopig blijft dat een complexe kwestie. Veel landbouwers hebben weinig onderhandelingsmacht tegenover hun afnemers. Prijzen worden doorgaans bepaald door de markt of al ruim vóór de oogst vastgelegd. Daardoor is er weinig ruimte om rekening te houden met een seizoen waarin extreme weersomstandigheden de opbrengst beïnvloeden.
Bij een algemeen tekort kunnen de prijzen soms stijgen, maar zulke marktschommelingen liggen volledig buiten de controle van individuele landbouwbedrijven.
In Wallonië bestaat er wel een vangnet: het Landbouwrampenfonds. Dat kan worden geactiveerd op basis van een officiële beoordeling van de schade. Blaise verwacht dat dit fonds dit jaar zal worden ingezet. Hij benadrukt echter dat de steun zelden een aanzienlijk deel dekt van de investeringen die nodig zijn om een gewas te telen en te onderhouden.
Voor kleinschalige regeneratieve landbouwbedrijven blijft dit een van de grootste onopgeloste uitdagingen.
Toch ziet Blaise ook hoopgevende ontwikkelingen. De vraag naar gewassen zoals mosterd, zonnebloemen en brouwgerst groeit. Tegelijk ontstaan er nieuwe samenwerkingsverbanden in de voedselketen, zoals Farm For Good. Die brengen landbouwers, verwerkers en afnemers dichter bij elkaar en maken kortere, transparantere ketens mogelijk.
Op termijn kunnen zulke samenwerkingen de basis leggen voor eerlijkere partnerschappen, waarin zowel de waarde van regeneratieve landbouw als de gedeelde verantwoordelijkheid voor een steeds onzekerder klimaat wordt erkend.
*Farm For Good verenigt landbouwers die de overstap maken naar gecertificeerde biologische en regeneratieve landbouw. De organisatie biedt agronomische begeleiding, de kracht van een netwerk, samenwerkingen met onderzoekscentra en rendabele afzetmogelijkheden via haar coöperatie. Dit jaar worden op Domaine de Graux tarwe en haver geteeld voor Farm For Good.
nieuwsbrief
Blijf op de hoogte
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontdek als eerste het laatste nieuws en aankomende evenementen.